RLoC voerde eind 2011 voor het Interprovinciaal Overleg (IPO) een onderzoek uit naar de inzet van ruimtelijke verordeningen en inpassingsplannen door provincies. Aanleiding is het ontwikkeltraject voor een Omgevingswet bij het ministerie van I&M. RLoC analyseerde ten behoeve van de provinciale strategiebepaling hoe provincies omgaan met deze nog recente ruimtelijke instrumenten.
Integrale provinciale instrumenten?
De Wet ruimtelijke ordening van 2008 introduceerde voor de provincies de ruimtelijke verordening en het inpassingsplan. Onderzocht is in hoeverre en hoe milieuonderwerpen daarin een plek hebben gekregen. Juist op het vlak van milieu spelen integratievragen. Die vormen een belangrijke aanleiding voor de landelijke roep om een integrale Omgevingswet.
Tussenbalans
RLoC maakte een tussenbalans op van 3 jaar werken met de verordening en inpassingsplan. Uit een vergelijking van alle verordeningen en een selectie van plannen – naar reikwijdte en regeltechniek – blijkt dat de provincies nog volop doende zijn met de implementatie. De verordeningen zijn ‘versies 1.0 of 1.1’. Daarin is nog veel te verbeteren. De provincies benutten bovendien de mogelijkheden van het inpassingsplan nog lang niet ten volle.
De resultaten zijn gespiegeld aan de ‘Beleidsbrief Eenvoudig Beter’ van de minister van I&M: de probleemstelling, prioritaire thema’s en effecten. De huidige instrumenten zijn goed geschikt om de provinciale belangen bij de fysieke leefomgeving naar de toekomst vorm te geven. De toepassing ervan blijft nog achter.
Verbeterpunten
Het verbeteren van de inzet van deze instrumenten binnen de provincie vraagt vooral om een betere aansturing via de structuurvisie. De verbinding van beleid naar regels is nog een leerproces binnen de provincies.
Landelijke regeloplossingen zijn wel nodig voor:
- meer transparantie en snelheid in de planvoorbereiding
- een eenvoudiger én volwaardiger inbreng van deelbelangen
- het integreren van planstelsels en verordeningen
