Vergunningplicht laden & lossen haven Amsterdam

geplaatst in: Alle, Omgevingswet | 0

Havenbedrijf Amsterdam heeft in Westpoort openbare overslagfaciliteiten voor goederen en stoffen van en naar schepen. Met de komst van de Omgevingswet staan ‘activiteiten’ centraal en is het ‘inrichting’-begrip vervallen. Dit roept de vraag op in hoeverre het oude vergunningvrije regime voor het laden en lossen van kracht blijft. RLoC heeft in 2025 samen met Milieubureau De Roever de vergunning-, melding- en informatieplichten voor het laden en lossen op een rij gezet. 

Laden en lossen 

Laden en lossen van schepen gebeurt in de Amsterdamse haven niet alleen bij bedrijven maar ook bij openbare overslagfaciliteiten. Het gaat om boeien, palen, steigers en kades, waar schepen tijdelijk afmeren voor wachten, laden en lossen. Die activiteiten kunnen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. Bij overslag is in algemene zin dan ook sprake van een milieubelastende activiteit. Maar is die openbare overslag gereguleerd? Hiervoor zijn de nieuwe regels, kamerstukken en jurisprudentie geanalyseerd.

In het uitzonderlijke geval een activiteit vóór de Omgevingswet niet vergunningplichtig was en onder de Omgevingswet wel, geldt voor die activiteit een omgevingsvergunning van rechtswege voor de duur van 2 jaar. Voor 2026 is daarom duidelijkheid nodig over het vergunningvrije karakter van de overslag.

Milieu en gevaarlijke stoffen

De overslagactiviteiten bij openbare voorzieningen zijn in algemene zin niet door het Rijk (Bal) of de decentrale overheid (omgevingsplan of provinciale omgevingsverordening) aangewezen als milieubelastende activiteit. Voor alleen overslag gelden dus geen specifieke regels en plichten. De bestaande niet-vergunningplichtige status van de openbare faciliteiten veranderde dus niet met de Omgevingswet.

Een voorbehoud geldt voor het voor vervoer opslaan van ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1. Er vindt bij de openbare kades echter geen overslag plaats met deze stoffen.

Wel gelden de zorgplicht en het algemene verbod op het uitvoeren van een activiteit met aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet. Dat zijn aanknopingspunten voor preventie en handhaving, mocht overslag de omgeving incidenteel serieus belasten.

Stikstof / natura 2000-activiteit

Een andere vraag is of bij de openbare overslag sprake is van een Natura 2000-activiteit, en in hoeverre er een verplicht toetsmoment is, met name voor stikstof.

Iedere beoogde wijziging (ook ten gunste van de stikstofuitstoot), of nieuwe aanleg van openbare kades brengt als gevolg van de mogelijke stikstofeffecten een onderzoeksplicht met zich mee. Deze staat formeel los van een eventuele vergunningaanvraag in het bouw- en/of milieuspoor. In een voortoets moeten bij de beoordeling of significante gevolgen op voorhand zijn uitgesloten, de gevolgen van het project op zichzelf worden onderzocht. Er mag niet intern gesaldeerd worden.

Als onderzoek uitwijst dat de activiteiten niet leiden tot significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie (depositie is 0,00 mol/ha/jaar), is geen passende beoordeling vereist, en daarmee ook geen vergunningplicht. Is wel een passende beoordeling met vergunningtraject vereist, dan kan intern en/of extern salderen met de referentiesituatie daarbij als mitigerende maatregel betrokken worden.

De situatie anno 2025 rondom stikstof maakt ieder nieuw natuurvergunningtraject risicovol, vanwege de ontbrekende speelruimte voor vergunningverlening. Dit doordat maatregelen voor natuurverbetering door de overheid achterwege blijven. Meegegeven is de gevolgen van intern (en/of extern) salderen op de emissie-effecten wel te onderzoeken. Mocht salderen geen oplossing bieden, dan is te overwegen te wachten met een natuurvergunningtraject. Dit indachtig de recente uitspraak van de Raad van State voor een overgangsregeling tot 1 januari 2030 vanuit rechtszekerheidsoptiek.