Milieu is sedert de jaren ’90 grotendeels overgeleverd aan de markt. Daar zouden efficiënter oplossingen tot stand komen voor de negatieve effecten van maatschappelijke vraagstukken. Denk aan de energiehuishouding, de mestverwerking, de mobiliteit en het afval.
Bij het evidenter worden van de problemen zie ik telkens een soortgelijk mechanisme optreden. Steeds meer overleg en gelobby, meer subsidie, schijnregels en vooral veel communicatie. Het beoogde beeld: de overheid en bedrijfsleven zijn serieus ermee bezig. Maar in werkelijkheid worden monsters gecreëerd. Gevoed door korte termijn rendementsdenken. Politiek en markt zijn daar (even) blij mee. Maar de samenleving heeft het nakijken. Deze ropinie schetst de bakermat van het plastic afval-monster.
De Ladder van Lansink
Beelden van almaar toenemende afvalbergen zorgden eind jaren ’70 voor een maatschappelijk probleembesef. Het om de hoek storten van ons afval kon niet langer doorgaan. Als reactie hierop kwam een breed gedragen afvalstrategie: de Ladder van Lansink. De treden zijn:
-
-
- preventie
- hergebruik
- sorteren en recyclen
- verbranden
- storten
-
De bedoeling was de hoogste prioriteit te geven aan de bovenste trede. Daarmee zijn het milieu en de samenleving het meest gediend. De overheid sprak uit haar afvalbeheer hierdoor te laten sturen.
Waar zit de business?
Met preventie is helaas geen droog brood te verdienen. Alleen communicatieburootjes varen er wel bij.
Hergebruik is heel lastig. Het stelt allereerst allerlei beperkingen aan de toepassing van (verpakkings)materialen. Zoals standaarden en samenstellingseisen voor een eenvoudig hergebruik. Daarbij komt een bewerkelijk retoursysteem, met allerlei vereisten zoals opslag. Het levert kortom veel regels en weinig marge. En het leidt tot minder productie van toekomstig afval. Dat is dan wel het beleid, maar minder produceren is natuurlijk niet de bedoeling.
En zo komen we bij recyclen.
Afvalconvenant recyclen
Recyclen blijkt het toverwoord. De verpakkingsindustrie nam met convenanten graag de verantwoordelijkheid over. De overheid is blij, want er wordt in Nederland minder gestort of verbrand. De industrie is blij omdat het de productie van afval niet belemmert. Er is zo in de loop der jaren in Nederland (en Europa) een enorme recycle-industrie opgezet. Die belang heeft bij meer recyclen.
Overheid en bedrijfsleven leggen geleidelijk de minder rendabele logistiek bij de burger neer: via de afvalheffing en de afvalscheiding. De burger mag volgens reclamespotjes almaar meer verpakkingen gescheiden aanbieden. En denkt dus goed bezig te zijn. Zie hier het papieren succes: het restafval in Nederland neemt af. Tegelijkertijd produceert de industrie alleen maar meer afval en is de overheid minder geld kwijt.
Wat te doen met plastic afval?
Het plastic afval dat wordt ingezameld is echter heel lastig te recyclen. De
samenstelling en vervuilingsgraad zijn veel te complex. In Nederland worden er vooral wegpaaltjes van gemaakt. Daar hebben we er genoeg van.
Het restant wordt gesorteerd en afgevoerd. Als we geluk hebben naar de verbrandingsoven. Dus een trede terug.
Nog veel kwalijker is dat plastic afval handel is en in Oost-Europa en Azië terecht komt. Daar wordt het onder het mom van verwerking alsnog gedumpt. De BBC zond 10 juni 2019 een schokkende documentaire uit over de dumping van Brits huishoudelijk afval in Maleisie. De milieubelasting blijkt gigantisch. Over Nederlands recycle-afval zijn soortgelijke verhalen bekend.
Ingrijpen
Duidelijk is dat het afvalbeleid volledig faalt. Voor veel geld wordt het afval nu over de schutting van ons land gegooid. Er is een hele bedrijfstak ontwikkeld, die erop gericht is om alsmaar meer afval de wereld over te slepen.
Het plastic afval-monster zal terug in zijn hok moeten. Hoe? Door preventie voorop te zetten in het beleid. Dat betekent allereerst verantwoordelijkheden weghalen bij de verpakkingsindustrie. Rigoureus, door een streep te zetten door de convenanten. En door de vervuiler te laten betalen voor de milieuschade, hier en elders in de wereld.