Bij de totstandkoming van de Omgevingswet had het onderwerp ‘Geluid’ een bijzondere positie. Vanwege lopende beleidsvernieuwingen volgden de geluidregels een parallel ontwikkeltraject: het ‘Aanvullingsspoor Geluid’. Goede wisselwerking met de overige
omgevingsrechtelijke instrumenten en bepalingen is belangrijk voor de gemeentelijke planpraktijk. De VNG versterkte zich daarom tijdens het wetgevingstraject tijdelijk met geluidtechnische kennis (M+P) en ruimtelijke regeltechnische ondersteuning (RLoC). RLoC heeft vanaf 2019 tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 bijgedragen aan de toepasbaarheid van de nieuwe geluidregels.
Aanvullingsspoor Geluid
De oude regels uit de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer voor geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen zijn inhoudelijk vernieuwd ingepast in het instrumentarium van de Omgevingswet. Dit gebeurde via achtereenvolgens de Aanvullingswet Geluid, het Aanvullingsbesluit Geluid en de Aanvullingsregeling Geluid. Daarbij is veel aandacht voor bestuurlijke afwegingsruimte voor gemeenten en het principe van ‘decentraal tenzij’.
De gemeenten moeten deze regels gaan toepassen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen onder het nieuwe omgevingsplan. In de tussentijd is er de zorg dat zowel bestaande als nieuwe ontwikkelingen soepel blijven verlopen. Oude en nieuwe regels lopen naast elkaar (overgangsrecht). De VNG wenste daarom ondersteuning bij de behandeling van de wetgevingsproducten en de reacties daarop richting het parlement.
Inhoudelijke onderwerpen
Het regeltraject was complex en vroeg om continu schakelen tussen strategische posities en zeer inhoudelijke en/of regeltechnische details. Met name rond de instructieregels (voor in het Besluit kwaliteit leefomgeving) en de bouwkundige doorwerkingen (in het Besluit bouwwerken leefomgeving). Hieronder staat een impressie van centrale regelonderwerpen in de afgelopen jaren:
- systematiek basisgeluidemissie van lokale (spoor)wegen (monitoringinstrument voor de beheersing van lokale geluidbronnen, ook relevant voor het bepalen van het geluidaandachtsgebied en de saneringsvoorraad)
- geluidproductieplafonds voor industrieterreinen en provinciale (spoor)wegen, naast de al bestaande voor rijks(spoor)wegen
- met bijvoorbeeld overheveling van geluid bij spooremplacementen uit de vergunning naar de geluidproductieplafonds spoorwegen
- sanering van geluidbelasting langs infrastructuur
- maatwerk in normering, zoals bij een transformatie, in relatie tot gebouwmaatregelen
- de invloed van dit alles op de woningbouwopgave
- het overgangsrecht, zolang nieuwe regels en instrumenten niet zijn vastgesteld
Dergelijke onderwerpen zijn via een voortschrijdende agenda behandeld en besproken met geluiddeskundigen van gemeenten en werkgroepen vanuit de betrokken ministeries, VNG en IPO (provincies). Rond uitwerkingsvragen vonden botsproef-workshops plaats. Discussie- en keuzepunten werden geregeld via de VNG opgeschaald en in het lobbycircuit gebracht.
Al met al een heel leuk en leerzaam traject!
