Verkenning impact Omgevingswet Divisie Havenmeester Amsterdam

geplaatst in: Omgevingswet | 0

Met de komst van de Omgevingswet verandert het gemeentelijk instrumentarium voor de fysieke leefomgeving. Dus ook voor de haven. De Divisie Havenmeester van Havenbedrijf Amsterdam heeft bijzondere taken op het vlak van de scheepvaart. Deze kennen een wisselwerking tussen nautische aspecten en fysieke, milieu, veiligheid en ordeningsaspecten in het havengebied. RLoC is gevraagd in kaart te brengen hoe deze aspecten zich tot elkaar verhouden onder de Omgevingswet. Wat kunnen de gevolgen zijn voor de Havenverordening en de Verordening op het binnenwater? Wat betekent de stelselwijziging voor de slagkracht van de Divisie?

Nautisch motief

De Divisie Havenmeester werkt aan een veilige, vlotte en duurzame scheepvaartverkeersafhandeling in het havengebied. In werksessies met de Divisie Havenmeester en Juridische Zaken van Havenbedrijf zijn de raakvlakken van de taken en bevoegdheden van de Divisie met de Omgevingswet doorgelicht. Vertrekpunt vormt alle wetgeving waarop de bevoegdheden van de Divisie zijn gebaseerd. Daarbij is allereerst gekeken of deze wetten zelf onder de reikwijdte van de Omgevingswet gaan vallen. Dat is niet het geval bij wetgeving met een nautisch motief, zoals de Scheepvaartverkeerswet of Wet voorkoming verontreiniging door schepen. Zodra wetgeving uitputtend is geregeld mogen volgens artikel 1.4 Omgevingswet ook geen regels worden opgenomen in het omgevingsplan. De Havenbeveiligingswet kent daarnaast bevoegdheden aan de burgemeester toe. Ook dat is een aanwijzing, dat deze regels buiten het bereik van de Omgevingswet vallen.

De lokale regels van de regionale Havenverordening en de Amsterdamse Verordening op het binnenwater kunnen binnen de reikwijdte van de Omgevingswet vallen, en verdienen een nadere beschouwing. De Omgevingswet brengt hoe dan ook een actualisering met zich mee. Zoals het afstemmen van begrippen, verwijzingen en instrumenten.

Regels wel en niet in omgevingsplan

Met het in werking treden van de Omgevingswet krijgt elke gemeente van rechtswege een (tijdelijk) omgevingsplan, waarin alle lokale regels over de fysieke leefomgeving terecht moeten gaan komen (voor 2029). Het Omgevingsbesluit wijst de gevallen aan waarin regels over de fysieke leefomgeving alleen in het omgevingsplan mogen of juist niet mogen worden gereguleerd (artikel 2.1). Alle verordenende bepalingen zijn langs deze maatlat gelegd. Nadere criteria zijn: de wijziging van de fysieke leefomgeving, het motief en het werkingsgebied. Is sprake van een wijziging van de fysieke leefomgeving, dan moet de bepaling in het omgevingsplan landen. Een bepalende factor is vervolgens welk motief overheersend is bij de regeling: de nautische of de fysieke. Dat blijkt zeer wisselend te zijn.

Praktische overwegingen rondom scheepvaartverkeer pleiten dan voor het behoud van een eigen regelkader. Met name vanwege de samenhang in regels, de inzichtelijkheid voor de gebruikers, en de toegesneden organisatie.

Een kapstok voor het toedelen van regels is de feitelijke gebiedsindeling van haven en stad: in de haven staat centraal de nautische ordening (dus verordening), in de stad de ruimtelijke ordening (dus omgevingsplan). Het overhevelen van verordenende bepalingen naar het omgevingsplan mag gebiedsgewijs. Zodoende kunnen de regels uit de verordeningen gedifferentieerd worden opgepakt en behandeld. Regels over bijvoorbeeld de ligplaatsvergunning kunnen voor de stad apart worden behandeld. Dat biedt bovendien de mogelijkheid aan te sluiten bij het besluitvormingstempo naar gebieden, zoals Haven-Stad.

Gevolgen Divisie Havenmeester

De Divisie Havenmeester krijgt onder de Omgevingswet een bijzondere positie als behartiger van de nautische belangen. Die maken immers geen onderdeel uit van de Omgevingswet. De rol van de Divisie als pleitbezorger voor de nautische belangen is urgent, nu de gemeenten volop aan de slag zijn met hun regels voor de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan.

Dat brengt allerlei risico’s met zich mee. Op het vlak van de integratie gaat de aandacht van gemeenten uit naar een veelheid aan aspecten van de fysieke leefomgeving, behalve de nautische. Het primaat van de Omgevingswet ligt bij de gemeente, en kan voor het Noordzeekanaalgebied leiden tot uiteenlopende opvattingen over de fysieke leefomgeving. De beoogde nautische eenduidigheid kan ermee in het geding komen. Zowel inhoudelijk, wat betreft de regels als bij formele mandaatregelingen. Op operationeel niveau kan daardoor de aandacht voor de nautische deskundigheid gaan ‘weglekken’.

Om een ondermijning van de uitvoering en handhaving van publieke taken in de haven te voorkomen, dient de Divisie Havenmeester alert te zijn op de veranderingen waarmee de gemeenten aan de slag zijn of gaan met betrekking tot het havengebied. De verkenning eindigt daarom met aanbevelingen en concrete actiepunten, die erop gericht zijn de belangen van de Divisie Havenmeester veilig te stellen. De komst van de Omgevingswet maakt het er voor het aanpalende werkveld van de haven niet zomaar eenvoudiger op.