Met de komst van de nieuwe Wro krijgt de nieuwe rolverdeling tussen gemeente en provincie gestalte. Elke overheidslaag is volledig verantwoordelijk voor haar eigen ruimtelijk beleid. Ontwikkelingsgerichte instrumenten versterken het integrale karakter van gebiedsontwikkeling. Dit alles biedt nieuwe mogelijkheden voor de relatie tussen ruimtelijke ordening en milieu.
Milieu borgen
Vanuit deze aanname heeft RLoC in 2008 in opdracht van IPO, VNG / MILO en VROM een set brochures samengesteld met overzichten van mogelijkheden om milieu juridisch te borgen in de gemeentelijke en provinciale ruimtelijke planvorming. Gekeken is zowel vanuit de instrumenten: wat is de reikwijdte van bijvoorbeeld structuurvisie, verordening, inpassingsplan en exploitatieplan, als vanuit de milieuambities.
Onze indruk is dat er veel meer mogelijk is dan tot op heden gebeurt. Het is zoeken naar aansprekende voorbeelden. Terwijl men nagenoeg alles kan regelen. Het schort vooral aan serieuze ambities, en aan centen, oftewel prioriteit.
Sturing op kwaliteit
De considerans van de Wro geeft duidelijk richting: de wet strekt ’ter bevordering van een duurzame ruimtelijke kwaliteit’. Dat is logisch, vanuit het besef dat ruimtelijke plannen voor jaren de structuren bepalen voor buurten en wijken. Toch worden nog steeds plannen gemaakt voor bewezen onduurzame bedrijventerreinen en kantorenlocaties, voor niet-klimaatbestendige wijken en voor fantasieloze uitleggebieden.
Sturing
Het besef dat duurzame ruimtelijke kwaliteit meer is dan een sluitende exploitatie, vormentaal of wat zonnepanelen, zal zich breed moeten gaan zetten. Nodig is minder sturing op kosten en meer op kwaliteit. Analyse en overleg vooraan in het planproces leveren daarvoor veel meer op dan het achteraf afdwingen van regels. Zodra sprake is van een gezamenlijke gebiedsambitie, is de juridische borging vaak niet meer dan een afgeleide opgave. En alleen nodig om in het traject van onderzoek, uitwerking en realisatie partijen aan de afspraken te kunnen houden, en om duidelijkheid te scheppen voor (toekomstige) bewoners en gebruikers.
Minder regeldruk
De behoefte aan regels, en daarmee de regeldruk, in het ruimtelijk planproces komt in sterke mate voort uit suboptimale plannen en structuurfouten. Meer integrale ruimtelijke kwaliteit in de plannen vermindert direct de behoefte aan regels voor kwaliteitsborging.