De fileproblematiek heeft ruime aandacht in bestuurlijk Nederland. De oplossing ervoor zoekt men consequent in infrastructurele maatregelen. De politieke route is ook zeer voorspelbaar: links wil meer geld voor het openbaar vervoer, rechts wil meer asfalt. Vergroting van het aanbod derhalve. Ondertussen nemen de files hand over hand toe.
Vraag naar mobiliteit
Ligt een deel van het probleem, en dus van de oplossing, niet ook aan de vraagzijde? De maatschappelijke teneur is dat mobiliteit een natuurverschijnsel is, en dus amper te beïnvloeden. Onderzoeken geven een genuanceerder beeld, zoals van het Ruimtelijk Planbureau over Vinex en mobiliteit. Ik onderschrijf de beperkte invloed van de ruimtelijke planning – zoals ingevuld tot op heden – op ons mobiliteitsgedrag. De filosofie om automobiliteit in te dammen is goed, de reikwijdte en gevolgen van een consistente planning zijn echter schromelijk onderschat. Provincies en gemeenten laten het in de uitvoering vervolgens afweten.
Voorbeeld kantorenlocatie
Wat gebeurt er als men langs de al zeer drukke A2 een nieuwe kantorenlocatie ontwikkelt voor zo’n 15.000 werkplekken, en men eigenlijk alleen de autobereikbaarheid goed faciliteert? Dan loopt het allemaal nog sneller vast. Als per dag 70% van de werknemers naar kantoor komt en 80% daarvoor de auto gebruikt, dan staan er telkens 8.400 auto’s extra in de spits. Omgerekend 42 km file ofwel 14 km file drie banen breed.
Deze casus is werkelijkheid en heet Papendorp, de nieuwe kantorenlocatie van Utrecht. Het terrein ligt in de oksel van de A12 en de A2, op afstand van centra en woongebieden. Het terrein is bedoeld voor bedrijven uit de ICT, zakelijke en financiële dienstverlening en (semi)publieke diensten, zoals HP, Atos Origin en Ahrend. Een fraaie brug verbindt de locatie met de stad. Er gaat een bus over het terrein, die zal worden opgewaardeerd tot pendeldienst naar een station. Resultaat is dat het autogebruik in het woon-werkverkeer met 80% veel hoger ligt dan het provinciaal gemiddelde (45%) terwijl het fietsgebruik met 6% veel lager ligt (provinciaal 28%). Slechts 13% van de medewerkers woont binnen 10 kilometer van de werkplek, 70% woont op meer dan 30 kilometer afstand. Afnemende bereikbaarheid en parkeerproblemen zijn het resultaat.
Loslaten laissez-faire planning
Dergelijke laissez-faire planning zullen we achter ons moeten laten. Een samenhangende planning van functies met hun mobiliteitsgevolgen is nodig om de bereikbaarheid te behouden en files te verkleinen. Dit vraagt om een steviger wisselwerking tussen stedelijke en vastgoedontwikkeling met mobiliteitsbeleid, op alle schaalniveaus. Ruimtelijk ordenen dus.