De ruimtelijke ordening bevindt zich in een dubbele crisis. Enerzijds hebben we te maken met een financiële crisis die neerslaat in ruimtelijke ontwikkelingen. Anderzijds is er sprake van een identiteitscrisis: waartoe dient de ruimtelijke ordening eigenlijk in Nederland?
Regeldruk
Als we de maatregelen van de regering volgen, zoals een permanente Crisis- en herstelwet, de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en een nieuwe Omgevingswet: om snel infrastructurele en bouwprojecten te realiseren. De nadruk die men legt op de regeldruk als dé oorzaak van het stagneren van ruimtelijke ontwikkelingen, is een te gemakkelijke weg.
Hoewel ik onderschrijf dat er aanpassingen nodig zijn, zullen instrumentele en procedurele aanpassingen niet de oplossing bieden. Sterker, de stapeling van nieuwe regels leidt in de planpraktijk vooralsnog tot meer verwarring. Overheden zijn immers net doende de Wet ruimtelijke ordening (uit 2008!) te ontdekken.
Korte termijn
Het leidt vooral af van het werkelijke probleem. In de ruimtelijke praktijk loopt de spanning tussen een toekomstgerichte ruimtelijke inrichting en korte termijnbelangen steeds verder op. Na de centraal bedachte grote projecten (zoals Betuwelijn, ondergrondse HSL) wil men nu ruim baan geven aan decentrale projecten. Het gebrek aan regie leidt tot maatschappelijk onrendabele projecten en veroorzaakt een grote mate van verspilling; van ruimte, natuur, mobiliteit en leefbaarheid.
De korte termijn focus vanuit de bestaande belangen leidt tot richtingloosheid. Niemand lijkt in staat een opbouwend verhaal te houden over de toekomstige inrichting van Nederland, laat staan dat iemand in staat is daar regie over te voeren. Hét symptoom daarvan: we zijn met zijn allen vooral druk over de regeltjes.
Denkkracht
Met het steeds grotere leger van planologen, stedenbouwers en architecten aan de zijlijn, moet het toch mogelijk zijn om denkkracht te genereren over nieuwe kansen voor de ruimtelijke inrichting van Nederland. Bijvoorbeeld de potenties die voortkomen uit de regionale verschillen in krimp en groei, de klimaatverandering, de toenemende betekenis van internet en social media of de veranderende patronen in tijdsbesteding. Hoe kunnen we die kansen benutten voor een bij de marktvraag aansluitende woningvoorraad en voorzieningenpatroon, een klimaatbestendige omgeving, een concurrerend openbaar vervoernet, een duurzame energievoorziening, een werkelijk duurzame landbouw en/of een versterking van de biodiversiteit?
Nieuw ruimtelijk elan
We moeten daarvoor de durf hebben bestaande instituties, beslispatronen en geldstromen tegen het licht te houden van de veranderende omstandigheden. In hoeverre dragen zij bij aan langere termijnoplossingen?
Ik ben ervan overtuigd dat vernieuwingen gevraagd zijn. En dat behoefte ontstaat aan nieuwe hoeders van ruimtelijke samenhang, met een sterke regiefunctie. Niet in de vorm van blauwdrukken, maar in vormen van maatschappelijk debat buiten de geijkte kaders. Regionaal gedifferentieerde afsprakenkaders kunnen richting gaan geven aan ruimtelijke ontwikkelingen. Juridische ingrepen zullen nodig zijn, echter vooral om de echte blokkades voor vernieuwingen weg te nemen. De crisis kan zo een voedingsbodem vormen voor een nieuw ruimtelijk elan in Nederland.