‘Milieunormen opzij voor snelle bouw’ is middel- in plaats van doeldiscussie

geplaatst in: Ropinie | 0

Je kunt de klok er op gelijk zetten. Telkens als de conjunctuurgevoelige bouw vertraagt, wijst men op milieuregels als veroorzaker van de ellende. Ook nu weer: om de crisis in de bouw te bestrijden moeten bouwplannen sneller doorgaan. Lokale politici moeten daarom kunnen afwijken van milieunormen voor geluid, lucht en veiligheid, zo wil een artikel in NRC (21/02/09).

Afwijken

Hier worden vreemde verbanden gelegd. Is de bouwuitvoering werkelijk gediend met het schrappen van milieuregels? Veel bouwplannen worden nu om strategische redenen stilgelegd, maar niet vanwege milieu.

Afwijken van milieunormen zegt op zich niets over snelheid, maar over de gewenste ruimtelijke kwaliteit op een plek. Met het loslaten van kwaliteitscriteria is de plankwaliteit zeker niet zomaar gediend. Wie zegt dat we dan niet de verkeerde dingen op de verkeerde plek gaan bouwen?

Ongezonde uitruil

Illustratief is het voorbeeld in het NRC-artikel voor meer lokale keuzeruimte: ‘een school kan langs een drukke weg komen te liggen, maar daar staan misschien een betere groenvoorziening en rustige binnenhoven tegenover’.

Een school projecteer je op voorhand echter niet in de geluid- en luchtvervuiling van een drukke weg. Wat hebben de kinderen die op de langere termijn een verhoogde kans op luchtwegproblemen krijgen eraan, dat er meer groen in de buurt is?

Dit soort afwegingen horen vanuit een integrale kijk al op visieniveau opgepakt te worden. Als dat niet is gebeurd hebben de plannenmakers bij de uitwerking inderdaad een probleem. Inpassing is dan alleen mogelijk met vergaande – kostbare – maatregelen. En dat is maar goed ook.

Doelen centraal

De integrale plankwaliteit moet bij gebiedsontwikkeling vanaf het begin centraal worden gesteld. Milieu wordt echter nog steeds ontijdig en onvoldoende meegewogen. Daarom zijn toetsen vooraf (als mer, natuurtoets, watertoets) en achteraf (harde normen) ingebouwd.
Deze functioneren in de ruimtelijke praktijk niet goed, daar ben ik het grondig mee eens. Ze voeden een verkeerde cultuur, creëren afstand tussen belangen en bevorderen normdenken. Doelen als een goede gezondheid en een aantrekkelijke stad raken uit het zicht.

Oorzaak van het vastlopen van gebiedsontwikkeling is dan niet zozeer de milieunorm, maar het stelselmatig onvoldoende meenemen van milieu en andere minder op geld waardeerbare belangen in de gebiedsontwikkeling. De milieunorm is een symptoom daarvan. Programmatische verkokering, bestuurlijke drukte en financiële mechanismen maken de afstand tussen de oorspronkelijke doelen en de gebiedsontwikkeling alleen maar groter. Dit vraagt om een goede analyse van de hele ruimtelijke besluitvormingsketen.

Integraal en flexibel

Mijn voorschot daarop: zodra de integrale doelgerichtheid van de gebiedsontwikkeling structureel verbetert, kunnen normen veel flexibeler worden gehanteerd. Stad & Milieu-ervaringen wijzen op deze wisselwerking. Een verbrede toepassing van de Stad & Milieu-benadering kan bijdragen aan zowel een vereenvoudiging van de planvorming als een optimale ruimtelijke kwaliteit.

Jammer, dat de discussie over een pragmatische aanpak van integrale ruimtelijke kwaliteit telkens zo eenzijdig wordt ingezet.